Vanuit een donkere gang kijk je door een deuropening een kamer in. Een vrouw in een geel jak zit met een cister op schoot en krijgt een brief van haar dienstmeid. Op de zwart-witte vloer liggen pantoffels en een bezem. Johannes Vermeer schilderde het rond 1669 tot 1670; het behoort tot de collectie van het Rijksmuseum.
Een tegelvloer die vanzelf opschiet
De gang links en rechts bestaat uit grote donkere vlakken, het licht zit in het midden. De zwart-witte vloer wordt in steentjes een strak patroon dat lekker vlot gaat. Kies 40×50 cm of groter, dan blijven de twee vrouwen herkenbaar.
In de productgalerij staat een rekenvoorbeeld van dit werk op 20×25, 40×50 en 50×70 cm, in vierkante steentjes (2,5 mm) en ronde (ongeveer 2,8 mm). Per maat zie je hoeveel steentjes het doek telt, hoeveel detail er overblijft en welk deel van het werk op die doekverhouding past (uitsnede vanuit het midden); hoe dat rekent, lees je bij hoeveel steentjes. Twijfel je tussen de twee vormen, kijk dan bij ronde of vierkante steentjes.
Het productbeeld is een scan van het originele schilderij (publiek domein, bron: Wikimedia Commons). Het eindresultaat bestaat uit steentjes en wijkt in klein detail af van het origineel. Meer werken van Vermeer vind je bij diamond painting Vermeer, alle oude meesters bij diamond painting oude meesters.














